Naar de inhoud
In dit artikel
  1. De twee maten die je nodig hebt
  2. Wanneer de maat wél strenger is
  3. De valkuil bij de buitenmaat
  4. Wat als je hond nog groeit
  5. Waar de mand moet staan
  6. Veelgestelde vragen

Ons advies

Meet de borstomtrek op de smalste plek van de ribben en de lengte van neus tot staartbasis, en reken daar een hand breed bij. Rasnamen zeggen niets over de afmeting van jouw hond.

Meet de borstomtrek op de smalste plek van de ribben en de lengte van neus tot staartbasis, en reken daar een hand breed bij. Die twee maten bepalen welke mand je nodig hebt. Een rasnaam bepaalt dat niet: honden binnen één ras kunnen in grootte sterk uiteenlopen.

De twee maten die je nodig hebt

De eerste is de borstomtrek. Neem een flexibel meetlint en meet op de smalste plek van de ribben, net achter de voorpoten, en trek er twee vingers tussen. Meet niet over een dikke wintervacht, want de mand koop je voor het hele jaar, niet voor één seizoen.

De tweede is de lengte: van de neus tot de staartbasis, zonder de staart zelf. Bij een rechthoekige mand tel je daar een hand breed bij, zodat de hond niet met zijn neus tegen de rand ligt.

Met die twee getallen kun je elke maattabel lezen. Neem bijvoorbeeld de SnObbs Kingston: maat M heeft een buitenmaat van 90 × 75 cm en een binnenmaat van 60 × 45 cm. Dat verschil tussen buiten- en binnenmaat is bij sommige manden groot, en het is de binnenmaat die telt.

Wanneer de maat wél strenger is

Voor een zachte slaapmand geldt één eis: de hond moet er comfortabel in kunnen liggen. Het LICG schrijft dat de mand groot genoeg moet zijn om dat te doen, en dat de plek niet in de doorloop mag liggen, want dan komt de hond niet tot rust.

Voor een kooibox of een hondenbench geldt meer. Het LICG schrijft dat de afmeting van een huiskamerbench zo moet zijn dat een volwassen hond er rechtop in kan staan en kan zitten, er gemakkelijk in kan liggen, zowel languit als in elkaar gerold, en zich goed kan omdraaien. Dat is vier bewegingen, en je hebt ze allemaal nodig.

Het LICG noemt nog iets dat bij een kooibox telt: bij een draadkooi is het belangrijk dat de tralies niet te ver uit elkaar staan, zodat de hond er geen lichaamsdelen doorheen kan steken en klem kan komen te zitten. Het LICG noemt een tralieafstand van 2,5 tot 7,5 cm als beste, en zegt dat je voor kleine hondjes liefst de kleinste tralieafstand kiest.

De valkuil bij de buitenmaat

Bij sommige hokken en boxen is het verschil tussen buiten- en binnenmaat zo groot dat de buitenmaat misleidend is. De Trixie Hondenbox Home heeft in maat S een buitenmaat van 64 × 54 × 48 cm, maar dat is de maat van de metalen kooi. Het ligmatras zit er niet bij; Trixie schrijft dat bijpassende kussens afzonderlijk verkrijgbaar zijn.

Bij de konijnenhokken in onze gids is dat verschil nog groter. De Kerbl Knaagdierhok Fortuna heeft een buitenmaat van 160 × 80 × 117 cm, terwijl het verblijf 64,5 × 72 × 54,5 cm meet. Kijk bij elk product naar de binnenmaat.

Wat als je hond nog groeit

Een mand koop je op de volwassen maat, want de hond blijft er de hele tijd in liggen.

Een harnas is anders: dat draag je elke dag, en het moet nu passen. Kies dan een model met ruimte. Hurtta geeft voor de Rover een verstelruimte van de voorste vulling van 4 cm in de kleinste maat, oplopend tot 10 cm in de grootste. De Ruffwear Front Range en de Kurgo Journey Air hebben elk vier verstelpunten. Julius-K9 geeft voor de IDC Powair geen aantal verstelpunten op, maar noemt dat het tuig in een enkele beweging aan te trekken en op maat te stellen is.

Waar de mand moet staan

Het LICG schrijft dat de ligplek zo moet liggen dat de hond niet in de doorloop ligt, want dan komt hij niet tot rust. Een mand in de gang is dus geen rustplek, ongeacht hoe groot hij is.

De vier manden met hun maten en materialen staan in onze gids over hondenmanden.

Keuzehulp · 3 vragenWelke hondenmand voor je hond?Kroon je keuze.

Veelgestelde vragen

Wat meet ik precies?
Twee maten. De borstomtrek op de smalste plek van de ribben, net achter de voorpoten, en de lengte van de neus tot de staartbasis. Meet niet over een dikke wintervacht heen, want de mand blijft het hele jaar staan.
Hoe weet ik of de mand groot genoeg is?
Het LICG schrijft dat de mand groot genoeg moet zijn voor de hond om comfortabel in te liggen, en dat de plek niet in de doorloop mag liggen, want dan komt de hond niet tot rust. Voor een kooibox of bench geldt een strengere maat: zo groot dat een volwassen hond er rechtop kan staan, kan zitten, languit en opgerold kan liggen en zich kan omdraaien.
Is een grotere mand altijd beter?
Niet voor een hondenmand. Een te grote mand ligt niet meer vlak, waardoor de hond op de rand ligt. Het LICG schrijft bij konijnenverblijven juist dat groter altijd beter is, maar dat is een ander dier en een ander soort verblijf.
Moet ik de mand op de hond meten of op de bank?
Op de hond. De breedte van de bank speelt alleen een rol als je de mand daar neerzet, en dan tel je de ruimte aan beide kanten mee. De maat van de hond zelf is bepalend.
Wat als mijn hond nog groeit?
Kies dan niet op de maten van nu. De meeste tuigen in onze gids hebben verstelpunten: de Hurtta Rover heeft er vijf met 20 procent verstelbaarheid, de Ruffwear Front Range en de Kurgo Journey Air hebben er vier. Een mand koop je op de volwassen maat, een harnas op de maat van nu plus ruimte.

Meer in Huisdieren