Hoe bepaal je het formaat van een hondenmand?
In dit artikel
Ons advies
Meet de borstomtrek op de smalste plek van de ribben en de lengte van neus tot staartbasis, en reken daar een hand breed bij. Rasnamen zeggen niets over de afmeting van jouw hond.
Meet de borstomtrek op de smalste plek van de ribben en de lengte van neus tot staartbasis, en reken daar een hand breed bij. Die twee maten bepalen welke mand je nodig hebt. Een rasnaam bepaalt dat niet: honden binnen één ras kunnen in grootte sterk uiteenlopen.
De twee maten die je nodig hebt
De eerste is de borstomtrek. Neem een flexibel meetlint en meet op de smalste plek van de ribben, net achter de voorpoten, en trek er twee vingers tussen. Meet niet over een dikke wintervacht, want de mand koop je voor het hele jaar, niet voor één seizoen.
De tweede is de lengte: van de neus tot de staartbasis, zonder de staart zelf. Bij een rechthoekige mand tel je daar een hand breed bij, zodat de hond niet met zijn neus tegen de rand ligt.
Met die twee getallen kun je elke maattabel lezen. Neem bijvoorbeeld de SnObbs Kingston: maat M heeft een buitenmaat van 90 × 75 cm en een binnenmaat van 60 × 45 cm. Dat verschil tussen buiten- en binnenmaat is bij sommige manden groot, en het is de binnenmaat die telt.
Wanneer de maat wél strenger is
Voor een zachte slaapmand geldt één eis: de hond moet er comfortabel in kunnen liggen. Het LICG schrijft dat de mand groot genoeg moet zijn om dat te doen, en dat de plek niet in de doorloop mag liggen, want dan komt de hond niet tot rust.
Voor een kooibox of een hondenbench geldt meer. Het LICG schrijft dat de afmeting van een huiskamerbench zo moet zijn dat een volwassen hond er rechtop in kan staan en kan zitten, er gemakkelijk in kan liggen, zowel languit als in elkaar gerold, en zich goed kan omdraaien. Dat is vier bewegingen, en je hebt ze allemaal nodig.
Het LICG noemt nog iets dat bij een kooibox telt: bij een draadkooi is het belangrijk dat de tralies niet te ver uit elkaar staan, zodat de hond er geen lichaamsdelen doorheen kan steken en klem kan komen te zitten. Het LICG noemt een tralieafstand van 2,5 tot 7,5 cm als beste, en zegt dat je voor kleine hondjes liefst de kleinste tralieafstand kiest.
De valkuil bij de buitenmaat
Bij sommige hokken en boxen is het verschil tussen buiten- en binnenmaat zo groot dat de buitenmaat misleidend is. De Trixie Hondenbox Home heeft in maat S een buitenmaat van 64 × 54 × 48 cm, maar dat is de maat van de metalen kooi. Het ligmatras zit er niet bij; Trixie schrijft dat bijpassende kussens afzonderlijk verkrijgbaar zijn.
Bij de konijnenhokken in onze gids is dat verschil nog groter. De Kerbl Knaagdierhok Fortuna heeft een buitenmaat van 160 × 80 × 117 cm, terwijl het verblijf 64,5 × 72 × 54,5 cm meet. Kijk bij elk product naar de binnenmaat.
Wat als je hond nog groeit
Een mand koop je op de volwassen maat, want de hond blijft er de hele tijd in liggen.
Een harnas is anders: dat draag je elke dag, en het moet nu passen. Kies dan een model met ruimte. Hurtta geeft voor de Rover een verstelruimte van de voorste vulling van 4 cm in de kleinste maat, oplopend tot 10 cm in de grootste. De Ruffwear Front Range en de Kurgo Journey Air hebben elk vier verstelpunten. Julius-K9 geeft voor de IDC Powair geen aantal verstelpunten op, maar noemt dat het tuig in een enkele beweging aan te trekken en op maat te stellen is.
Waar de mand moet staan
Het LICG schrijft dat de ligplek zo moet liggen dat de hond niet in de doorloop ligt, want dan komt hij niet tot rust. Een mand in de gang is dus geen rustplek, ongeacht hoe groot hij is.
De vier manden met hun maten en materialen staan in onze gids over hondenmanden.