Naar de inhoud

Rekenhulp

Stroomverbruik berekenen: stroomkosten per apparaat

Vul het vermogen van je apparaat in, hoe vaak het aanstaat en wat je variabel per kilowattuur betaalt. Je krijgt je verbruik in kWh en de kosten per dag, per maand en per jaar.

De berekening

Jouw gegevens

Gebruik het gemeten opgenomen vermogen. Het nominale of maximale vermogen op een typeplaatje is alleen een schatting; adapter-output is geen stand-by-verbruik.

Vul de duur in die bij het opgegeven vermogen hoort. Gebruik voor continu gebruik 24 uur; meet stand-by afzonderlijk.

Voor een seizoensapparaat tel je alleen de maanden dat je het gebruikt.

21 cent per kWh, het gemiddelde voor 2025-2040 volgens Milieu Centraal (laatst gewijzigd 24 juli 2026). Vul hier je eigen variabele prijs per kWh in, dus het bedrag per kWh met belasting en btw erin, niet het hele jaarbedrag.

Kosten per jaar

13,80 €

  1. 60 W ÷ 1000 = 0,060 kWVan watt naar kilowatt: 1 kW is 1000 W.
  2. 0,060 kW × 3 u per dag = 0,180 kWh per dagEén kilowatt die één uur draait, is één kilowattuur.
  3. 0,180 kWh per dag × 365 dagen = 65,70 kWh per jaarJe eigen gebruik, niet het gemiddelde van een apparaat.
  4. 65,70 kWh × € 0,21 = € 13,80 per jaarPer dag is dat € 0,038 en per maand € 1,15.

Over 365 dagen met 3 uur per dag verbruikt dit apparaat 65,70 kWh.

De prijs per kWh is een invoerveld, want jouw leverancier rekent een eigen tarief. De beginwaarde is 21 cent per kWh, het gemiddelde voor 2025-2040 volgens Milieu Centraal (laatst gewijzigd 24 juli 2026). Vul je eigen variabele prijs per kWh in, dus het bedrag per kWh met belasting en btw erin; deel niet het hele jaarbedrag uit je jaarafrekening door je verbruik, want de vaste posten daarin bewegen niet mee.

Bijgewerkt op 4 oktober 2026. Een typeplaatje of adapter-output geeft geen stand-by-verbruik, en de prijs per kWh is de variabele prijs, niet het hele jaarbedrag gedeeld door je verbruik. De rekensom is ongewijzigd.

Deze rekenhulp rekent met drie dingen die je zelf invult: het vermogen van een apparaat, hoe vaak het aanstaat en wat jij variabel per kilowattuur betaalt. De velden staan op een voorbeeld ingevuld, zodat je de som meteen ziet. Dat voorbeeld is een illustratie, geen werkelijk verbruik: het enige verbruik dat hier telt, is het getal dat jij van je eigen apparaat weet.

De rekensom is één regel

Vermogen is de snelheid waarmee een apparaat energie opneemt, en tijd is de duur. Samen geven ze een hoeveelheid energie. Je deelt de watt door 1.000 en krijgt kilowatt; dat is nog steeds een vermogen, geen hoeveelheid. Pas als je dat vermogen met de tijd vermenigvuldigt, krijg je kilowattuur: watt ÷ 1.000 × uren = kWh. Vervolgens vermenigvuldig je de kWh met de prijs per kWh, en dan heb je je kosten.

Een voorbeeld dat je kunt nagaan

Dit is de standaard die de rekenhulp laat zien, met dezelfde vier stappen:

Stap Rekensom Uitkomst
1 60 W ÷ 1.000 0,06 kW
2 0,06 kW × 3 uur per dag 0,18 kWh per dag
3 0,18 kWh × 365 dagen 65,70 kWh per jaar
4 65,70 kWh × € 0,21 € 13,80 per jaar

Per dag is dat € 0,038 en per maand € 1,15. Verander je één van de vier getallen, dan verandert de uitkomst mee.

24 uur per dag zegt iets over de duur, niet over stand-by

Een apparaat dat dag en nacht aanstaat, telt 24 uur per dag en 365 dagen per jaar. Die duur zegt niets over de gebruikstoestand. Een router of modem doet dat, en dat is gewoon actief gebruik. Een andere stroomverbruiker die 24 uur per dag aan staat, is een oplader of adapter die in het stopcontact zit. De rekenhulp noemt dit daarom “continu gebruik” en niet “sluipverbruik”.

Een apparaat van 5 watt dat continu aan staat, komt zo op 43,80 kWh per jaar, oftewel € 9,20 bij € 0,21 per kWh. Zet je de uren op 0, dan telt deze berekening geen energie. Eventueel stand-by-verbruik buiten de opgegeven gebruiksduur bereken je afzonderlijk.

Wat een apparaat in stand-by trekt, kun je hier niet uit afleiden. Dat getal komt uit een opgegeven stand-byvermogen of uit een meting, en dat vul je in het veld voor het vermogen in.

Het typeplaatje is een nominale waarde, geen verbruik

Op een typeplaatje staat een nominale of maximale waarde: het opgegeven vermogen van het apparaat. Of dat het vermogen is dat het afgeeft of dat het opneemt, hangt af van het etiket. Een wasmachine van 2.000 W trekt tijdens het draaien niet de hele wasbeurt 2.000 W. Het werkelijke verbruik kan tijdens gebruik veranderen.

Bij een adapter kijk je bovendien naar het woord erbij. “Output: 5 V ⎓ 2 A” is wat die adapter kan leveren, niet wat hij verbruikt. Dat product van 10 watt is de capaciteit van het blokje; hoeveel je toestel daarvan haalt, hangt af van het toestel en van de laadsnelheid. Op de ingang staat een apart getal, en dat is evenmin een meting van wat er werkelijk binnenkomt.

Voor stand-by-verbruik zijn er dus twee eerlijke wegen: neem het stand-byvermogen dat de fabrikant opgeeft, of meet het zelf. Milieu Centraal beschrijft bij energieverbruiksmanagers een energiemeter die je tussen het stopcontact en het apparaat steekt; die meet wat het apparaat trekt als het aan staat en wat het op stand-by trekt.

Welke prijs je invult

De beginwaarde van het prijsveld is 21 cent per kWh. Dat getal komt uit de tabel van Milieu Centraal, Airco en ventilatoren, laatst gewijzigd op 24 juli 2026. Die pagina rekent zijn eigen besparingen met 21 cent per kWh en noemt dat het gemiddelde voor 2025-2040.

Wij gebruiken dat als beginwaarde en niet als “de prijs”. Het is een meerjarig gemiddelde; je betaalt een tarief van je eigen leverancier, en dat verschilt per contract en per jaar.

Vul dus de variabele prijs per kWh in: wat je leverancier rekent per kWh, met de energiebelasting en de btw erin. Deel niet het hele bedrag dat je in een jaar voor stroom hebt betaald door je verbruik in kWh. Volgens Milieu Centraal, Energierekening uitgelegd staan op je jaarbedrag twee soorten posten:

  • Variabele kosten, op de rekening onder “levering” of “verbruik”. Dat is de variabele leverprijs per kWh, met de energiebelasting en de btw erbij. Alleen hier loopt je verbruik mee omhoog met je bedrag.
  • Vaste kosten: vaste leveringskosten, netbeheerkosten en de vermindering energiebelasting. Die hangen niet aan je verbruik.

Een jaarbedrag door je kWh delen geeft je een gemengd bedrag, en dat gemengde bedrag zegt niets over wat één apparaat per uur kost. Het komt er per huishouden op aan hoeveel je verbruikt en hoe groot de vaste posten zijn, en het gemengde bedrag kan daardoor zowel hoger als lager uitvallen dan de werkelijke prijs per kWh. Wil je je eigen gemiddelde weten, deel dan alleen het verbruiksdeel van je jaarbedrag door je kWh.

Waar je verbruik echt in zit

Deze rekenhulp telt per apparaat. Je jaarafrekening en je slimme meter geven het totaal van je huis; om daar apparaten uit te halen meet je per apparaat, of je noteert het verschil tussen het verbruik met en zonder dat apparaat. Dat verschil is alleen een schatting als het overige verbruik gelijk blijft. De bespaartest van Milieu Centraal helpt daarbij.

Waar deze getallen vandaan komen

De vaste factoren van deze rekenhulp, met bron en controledatum: Hoe we rekenen en welke bronnen we gebruiken.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen kWh en kW?
kW is een vermogen: de snelheid waarmee een apparaat energie opneemt. kWh is een hoeveelheid energie, en die krijg je door dat vermogen met de tijd te vermenigvuldigen. "Kilowatt per uur" is dus geen maat voor energie: één kW die één uur draait is één kWh. Een apparaat van 60 watt is 0,06 kW en verbruikt in een uur 0,06 kWh.
Waar vind ik het juiste verbruik van een apparaat?
Het typeplaatje en de "output" op een adapter geven een nominale of maximale waarde, niet noodzakelijk het werkelijke opgenomen vermogen. Gebruik gemeten opgenomen vermogen; voor stand-by kun je ook de afzonderlijke stand-bywaarde van de fabrikant gebruiken. Milieu Centraal beschrijft bij energieverbruiksmanagers een energiemeter die je tussen het stopcontact en het apparaat steekt; die laat zien wat het apparaat trekt als het aan staat en wat het op stand-by trekt.
Welke stroomprijs moet ik invullen?
De variabele prijs per kWh uit je eigen contract: het bedrag per kWh met energiebelasting en btw erin. Deel niet het hele jaarbedrag voor stroom door je verbruik in kWh, want dat bedrag bevat ook vaste kosten die niet met je verbruik meebewegen. De beginwaarde van het veld is 21 cent per kWh, het gemiddelde voor 2025-2040 volgens Milieu Centraal, niet je tarief.
Hoe weet je welke apparaten veel verbruiken?
Dat zie je niet aan je jaarafrekening of aan je slimme meter: die tonen het verbruik van je hele huis, niet per apparaat. Meet dus per apparaat, met een energiemeter tussen het stopcontact en de stekker. Zonder meetapparaat kun je het verschil tussen het verbruik met en zonder dat apparaat noteren; dat verschil is alleen een schatting als andere apparaten ondertussen hetzelfde blijven gebruiken.
Hoeveel kost 1 kWh?
Dat hangt af van je leverancier en je contract, en het verandert per jaar. De 21 cent per kWh waarmee deze rekenhulp begint, is een meerjarig gemiddelde voor 2025-2040 en dus geen tarief. Vul voor een scherpere uitkomst je eigen variabele prijs per kWh in.