Naar de inhoud
In dit artikel
  1. Wat het LICG verbiedt
  2. Wat wél mag
  3. Wat de tests van het los vervoeren laten zien
  4. Waarom metaal beter is dan kunststof
  5. Twee dingen die misgaan
  6. Warmte en eten
  7. Wat de wet zegt
  8. Wat je nu koopt
  9. Veelgestelde vragen

Ons advies

Een los dier in de auto is volgens het LICG levensgevaarlijk. De veiligste optie voor een hond is volgens het LICG een stevige kennel, liefst van metaal, dwars op de achterbank of in de bagageruimte, vastgezet met de autogordels. Gebruik nooit een halsband om vast te zetten, want dan breekt de hond zijn nek.

Een los dier in de auto is levensgevaarlijk. De veiligste optie voor een hond is een stevige kennel, liefst van metaal, dwars op de achterbank of in de bagageruimte, vastgezet met de autogordels. Wat je nooit doet, is vastmaken aan een halsband.

De volgorde van dit artikel is de volgorde van de regels: eerst wat niet mag, dan wat wel mag, en dan wat de tests daarvan vinden.

Wat het LICG verbiedt

Het LICG heeft een opsomming van wat je niet moet doen, en die is kort:

  • NIET: los in de auto.
  • NIET: vastmaken aan een halsband, dan breekt hij zijn nek.
  • NIET: in een vervoersbak of tas die los op de bank staat.
  • NIET: op de voorstoel.

Het LICG schrijft bij elk daarvan waarom. Los in de auto is erg gevaarlijk, want bij remmen of een aanrijding vliegt het dier door de auto. Het kan dan ernstig gewond raken of overlijden, en het kan ook mensen in de auto raken.

Een los dier in een vervoersbak die op de bank staat schuift volgens het LICG bij een flinke bocht of een kleine botsing meteen weg. En een dier op de voorstoel beweegt mee bij elke bocht.

Loslopen heeft nog een tweede risico dat minder voor de hand ligt: een dier kan na een ongeluk of in paniek uit de auto springen en het verkeer in lopen. Dat gevaar geldt volgens het LICG ook voor andere weggebruikers, en voor het dier zelf.

Wat wél mag

Het LICG geeft zelf een lijst van opties die volgens hen kunnen:

  • In een stevige kennel, liefst van metaal, goed vastgezet, in de bagageruimte tegen de achterbank.
  • In een stevige vervoerstas die aan het Isofix-systeem kan worden vastgemaakt.
  • In een kleine, stevige kennel op de vloer achter de bijrijdersstoel, dwars op de rijrichting.
  • In een degelijk auto-tuig dat goed past, liefst met twee banden links en rechts vastgezet aan de gordelsloten of de Isofix-beugels.

Bij het tuig zegt het LICG er nog bij dat de riemen kort moeten zijn, anders schiet de hond toch naar voren. Een tuig dat past is dan ook niet hetzelfde als een tuig dat kort genoeg vastgezet kan worden.

En nog een praktische regel: wen je dier rustig en stap voor stap aan de kennel, vervoerstas of het tuig voordat je op reis gaat.

Wat de tests van het los vervoeren laten zien

Het LICG beschrijft een crashtest van de Duitse ADAC uit 2008, met een hondendummy van 22 kilo en een kattendummy van 4 kilo, bij 50 kilometer per uur.

Bij de test waarin de dieren los in de auto zaten, werden ze volgens het LICG duidelijk door de hele auto geslingerd. De hond die vanaf de hoedenplank werd gelanceerd, vloog tegen de hoofdsteun en leuning van de bestuurdersstoel. Bij die snelheid kreeg de dummy een impact van ongeveer 25 keer zijn eigen gewicht. Dat is de reden waarom het LICG zegt dat dit levensgevaarlijk is en niet alleen onaangenaam.

Waarom metaal beter is dan kunststof

Het LICG noemt dat in de tests metalen kennels duidelijk veel steviger waren dan kunststofkennels. Volgens het LICG kunnen van kunststofkennels de wanden en deurtjes kapotscheuren of loskomen tijdens een aanrijding, en zijn ze daardoor minder geschikt voor reizen in de auto.

De uitzondering die het LICG noemt, is de zeer stevige, dubbelwandige kunststof kennel, die als beste uit de test kwam. Dat is dus geen afkeur van kunststof als materiaal, maar een waarschuwing voor een bak die niet voor de auto is gebouwd.

Traliekooien zijn volgens het LICG ongeschikt: die vervormen of gaan helemaal kapot, en het risico is dat er scherpe onderdelen zijn die het dier kunnen verwonden.

Twee dingen die misgaan

Het eerste is het vervoerzakje. Het LICG beschrijft dat een zak los op de achterbank al snel misgaat, maar dat vastzetten met de autogordel niet de oplossing is: uit de tests bleek dat gewone reistassen dan vaak afbreken of los scheuren, waardoor het dier met tas en al door de auto vliegt. Volgens het LICG horen die daarom niet in een auto.

Het tweede is de maat van de kennel. Het LICG zegt dat de kennel niet te groot mag zijn, want dan wordt de hond alsnog door de kennel geslingerd. Een kennel die zoveel ruimte heeft dat de hond erin kan slingeren, is dus geen veilige keuze. Kies hem niet ruimer dan nodig.

Warmte en eten

Het LICG schrijft over een ander punt dan vastzetten: sommige honden worden misselijk van autorijden. Dat gaat volgens het LICG soms vanzelf over als ze eenmaal gewend zijn, maar niet altijd. Een raampje een beetje open kan helpen, en geef de hond geen eten vlak voor het autorijden.

Op warme ritten raadt het LICG aan om regelmatig te stoppen en het dier te laten drinken. Is het erg warm en heb je geen airconditioning, dan stelt het LICG voor om de reis uit te stellen of het dier thuis te laten. Reis volgens hen liefst in de ochtenduren, voor het warm wordt. En bij koud zorg je voor voldoende dekentjes of hooi en stro, zodat het dier op temperatuur blijft.

Wat de wet zegt

In Nederland is volgens het LICG geen wetgeving die expliciet zegt hoe je een gezelschapsdier in de auto moet vervoeren. Wel zegt de Wegenverkeerswet dat je niets mag doen dat gevaar op de weg of hinder kan veroorzaken, en dat geldt dus ook voor het vervoer van je huisdier. Vervoer je het dier onveilig en ontstaat daardoor een ongeluk of hinder, dan kun je aansprakelijk worden gesteld.

Het LICG zegt er nog bij dat niet iedere autoverzekering de kosten vergoedt wanneer een huisdier bij een ongeluk gewond raakt. Met een aanvullende inzittendenverzekering zijn huisdieren bij sommige verzekeraars standaard meeverzekerd, inclusief dierenartskosten. Controleer dat voor welke dieren die dekking geldt en of er een limiet is.

In het buitenland verschilt het, en dat verschil zit in wat de verkeerswet zegt over lading. In België en Frankrijk staat in de wet niet specifiek iets over huisdieren, maar geldt dat de bestuurder alle maneuvers moet kunnen uitvoeren en dat lading, waaronder huisdieren, het zicht niet mag beperken. Vervoer je je huisdier niet veilig, dan kun je op grond van die wet worden beboet.

Wat je nu koopt

Een verhoogd zitje met een bolster, zoals onze hondenautostoel XL, is geen van de opties die het LICG aanbeveelt. Het is een comfortproduct, geen veiligheidsproduct. Gebruik het alleen in combinatie met een tuig dat volgens het LICG aan twee kanten kort genoeg aan de gordels of Isofix-beugels vastzit.

Wil je het zonder tuig doen, dan is een stevige kennel in de bagageruimte tegen de achterbank de route die het LICG voorschrijft. Let dan op de maten van de bagageruimte: een te grote kennel past er niet in en werkt volgens het LICG ook niet veilig.

Voor de plek waar de hond in kan staat wat je moet afmeten in onze gids over welke hondenbench je kiest, en voor de zachte rustplek thuis in gids over welke hondenbank past bij je hond. Welke riem je bij het wandelen kiest, staat in welke hondenriem je kiest.

Keuzehulp · 3 vragenWelke hondenbench bij jouw hond?Kroon je keuze.

Veelgestelde vragen

Mag ik mijn hond op de achterbank zitten zonder vastzetten?
Nee. Het LICG schrijft dat een dier los in de auto erg gevaarlijk is: als je moet remmen of een aanrijding krijgt, vliegt het dier door de auto, en dat kan ernstige wonden of overlijden veroorzaken. Het kan ook andere inzittenden raken. Volgens het LICG kan een los dier je bovendien zo afleiden dat je een ongeluk veroorzaakt.
Waarom mag ik niet aan de halsband vastzetten?
Het LICG zet het op de lijst van wat je niet moet doen: niet vastmaken aan een halsband, want dan breekt hij zijn nek. In de crashtest die het LICG beschrijft, met een hondendummy van 22 kilo bij 50 kilometer per uur, kreeg de dummy bij een losse rit een impact van ongeveer 25 keer zijn eigen gewicht.
Wat is dan het beste?
Het LICG noemt zelf een stevige kennel, liefst van metaal, in de bagageruimte tegen de achterbank. In de tests die het LICG beschrijft geldt dat als het een stevige kennel is die dwars op de rijrichting wordt vastgezet, dat een veilige oplossing is. Sluit dan de autogordels op de achterbank. Is de kennel niet zo groot dat hij de hele kofferruimte vult, zet hem dan stevig vast.
Kan ik mijn hond met zijn tuig aan de gordel vastmaken?
Dat kan, maar niet met elk tuig. Het LICG beschrijft een test van de Duitse ADAC waarin eenvoudige riempjes met een musketonhaak totaal niet volstonden: de haak schoot door de klap los van het tuig. Volgens ADAC zijn tuigen met brede, gepolsterde banden die met stevige haken aan het Isofix-systeem vastgemaakt kunnen worden een goede optie, met twee riemen links en rechts kort genoeg vastgezet.
Geldt er ook iets in het buitenland?
Ja, en het verschilt per land. Volgens het LICG geldt in Duitsland dat de bestuurder verantwoordelijk is voor zicht en gehoor, en dat dieren op een veilige manier moeten worden vervoerd. In België en Frankrijk zegt de verkeerswet niet specifiek iets over huisdieren, maar geldt dat de bestuurder alle maneuvers moet kunnen uitvoeren en dat lading, waaronder huisdieren, het zicht niet mag beperken. Vervoer je je huisdier daar niet veilig, dan kun je op grond van die wet worden beboet.

Meer in Huisdieren